heemschut

11 nov

Ik was vandaag, voor het eerst in mijn leven, in het openlucht museum. Binnen, ik ben namelijk niet verder gekomen dan de entree. Daar werd namelijk het honderdjarig bestaan van de Heemschut vereniging gevierd.

Het merendeel van de zaal had, mijn inziens, de oprichting nog meegemaakt.

Desalniettemin doen zij wel goede dingen: de vereniging komt al die jaren in actie om gebouwen die worden bedreigd door verwaarlozing of sloop, toch staande te houden. En anders kan het zijn dat het openluchtmuseum het monument, gebouw, industrieel erfgoed of iets anders in zijn collectie opneemt: zij zijn namelijk nauw met elkaar verbonden.

Maar mijn gute. Het leeftijdsverschil. De generatiekloof. Als iemand zijn beklag doet over dat media teveel aandacht krijgt in het onderwijs én dat doordat teveel vrouwen docent of juf worden en daardoor jongens geen techniek meer leren, dan weet je wel hoe laat het is.

Al dan niet aangezwengeld.

Muziek Telt!

9 okt

We mochten in groep vijf kiezen: tien weken koper of blokfluit, daarna tien weken gitaar of viool en tenslotte tien weken slagwerk of accordeon. In groep zes werd stap twee gezet: welk instrument wil je een heel jaar bespelen? Ik koos voor koper; de accordeon kon ik niet naar school dragen en voor mijn gevoel ging ik op de gitaar te langzaam vooruit. Ik wilde eigenlijk een trompet, maar mijn lippen waren te dik (?) en daarom werd het althoorn.

Ik vond het wat suf, maar ach als ik later bij het ‘echte korps’ zou zitten, dan ging ik wel voor een instrument dat meer ‘hit-potentie’ had: bugel, trompet of cornet. Op het moment suprême bleken er echter alleen maar baritons en een euphonium beschikbaar. Deze laatste was te zwaar, dus een bariton werd het. Ik haalde mijn A, ik mocht bij het korps, en haalde mijn B.

Toen bleek dat ik altijd tweede bariton zou blijven en er een trombone beschikbaar kwam (zilver, klein, zonder kwartventiel) heb ik me beschikbaar gesteld. Het was fantastisch. Nog zes jaar heb ik de trombone (al snel goud, te groot, maar met kwartventiel) bespeeld in een fantastische sectie trombones samen met een neef en twee aangetrouwde familieleden.

Nooit was ik goed; ik oefende niet veel en had ook maar weinig ambitie. Maar naar het korps gaan, samen muziek maken, op het juiste moment inzetten, een trombonesolo, met de kar door het dorp, kijken naar de dirigent, naar concoursen afreizen, evenementen als de ‘Slagtemarathon’ (en heel veel kerkdiensten) opluisteren en al de uitjes maakt dat ik heel graag terug denk aan de tijd dat ik een koperinstrument bespeelde bij de Sjofaar in Frieschepalen.

Ondanks dat ik misschien in eerste instantie geen bariton wilde spelen, heb ik dat met veel verve gedaan. Een instrument hadden mijn ouders niet gekocht, gelukkig kon ik over een beschikken in bruikleen. Dat is niet altijd het geval. Daarom ontzettend mooi en belangrijk dat Radio 4 instrumenten inzamelt en weggeeft. Dat brengt, zeker weten, heel veel kinderen iets moois: muzikaal , creatief en/of sociaal gezien!

En ik. Ik ga toch maar (weer) even op marktplaats kijken..

(geschreven voor Muziek Telt!)

Afrikaa–uuh–ps

7 okt

Gister was ik bij Afrikaaps.

Swingend, informatief, mooi, goed, niet te verstaan en vrolijk.

Echt. Ik vind dat iedereen het zou moeten zien en dat kan nog maar even!

Maar. De Zuid-Afrikaanse Tv was er ook. En die interviewde onder andere mij, terwijl ik volgens mij zei dat ik het liever niet had. Nou een drama. Ik had geen mening – en ik weet dat dat gek is. En bedacht me ineens: waar ging het eigenlijk precies over? Waar kwam dit alles vandaan? Alhoewel mijn eveneens geïnterviewde collega en ik er wel overeens waren dat de interviewster ook niet sterk was. Ze kwam uit Amsterdam, dus aan de taal heeft het niet gelegen.

Hoe dan ook.

Om het een en ander maar weer precies uit te zoeken, omdat Van Dis een bijrolletje had -on screen- en omdat ik niet kon slapen, heb ik de eerste aflevering maar weer even gezien. Voorlopig heb ik daar geen tijd voor, maar mochten jullie geïnteresseerd zijn:

http://www.vpro.nl/programma/vandisinafrika/

 

uitdaging

20 jul

Soms moet je jezelf wat uitdagen.

Opzich vind ik dat ik dat wel gedaan heb toen ik van Frieschepalen naar Utrecht verhuisde, toen ik me voornam twee keer in de week hard te lopen, toen ik op vakantie naar Follonica ging in 2001, toen ik mezelf leerde gitaar spelen (dat was echt nog een betere grap dan dat hardlopen), toen ik acht maanden naar midden en zuid-amerika vertrok, en toen ik me in Ipealis in een soort van bewustzijn achterop bij een dronken motorrijder manoeuvreerde met in ene hand  de aquadiente en in mijn andere hand de microfoon van de karaokebar.

Maar ik heb mezelf weer wat anders bedacht.

Ik stop met facebook, totdat mijn scriptie af is.

Dat moet toch een win-win situatie zijn?

Fryske Jûn

12 mei

Aangestoken door @mimbop en @nynke en @renedehaan twitter ik zo nu en dan. Maar ik heb geen telefoon met internet en van twitter gaat verder mijn computer langzaam lopen. Dus ik prefereer facebook. Met bijkomend voordeel dat dat met meer direct zichtbare plaatjes is.

Maar op twitter vond ik op een zeker moment een frysk klupke. Een club die met elkaar dingen deden en daar op twitter dan allemaal gehaaide opmerkingen, gewiekste grappen en inside jokes in 160 tekens over formuleren. Echter, toen ik bij een van hun partearen aanwezig probeerde te zijn door mij brutaal in hun gesprek in-te-twitteren, werd ik er door een ‘@gepkegup past niet’ (keurig binnen de 160 tekens) uitgebonjourd.

En toen.
Ineens.

Mocht ik komen!

Op een mooie blauwe maandag in mei. In Utrecht. Bij een pubquizz. De enige vraag die ik wist, wist ik al voordat hij werd gesteld. En dat had daarom eerder te maken met mijn bovennatuurlijke eigenschappen, dan met mijn intelligentie. De andere vraag die ik wist, wist ik eigenlijk niet. Dus dat leverde ook niets op.

Desalniettemin. Ik heb me enorm vermaakt. En werd zelfs uitgenodigd voor een vervolgactiviteit. En van stroef-, bot- en koppigheid (typische eigenschappen van Friezen (en Watermannen-red)) heb ik niets gemerkt. En ik dacht weer: leuke mensen zijn wij eigenlijk.

Frysken.

seizoen

11 mei

Het seizoen is weer begonnen.

Het seizoen van andijvie, asperges, bloemkool, de doperwt, wortelen, warmoes, uien, selderij, koolrabi, een kropsla,paddenstoelen (niet die ene), prei, raap, raapstelen, radijs, spinazie, spitskool, zon, droogte, festivals en basketbaltoernooien. Nu is het eigenlijk altijd het seizoen van het basketbaltoernooi. Die wordt namelijk in September afgetrapt met het voorspeltoernooi. Maar nu begint echt het leuke deel van het seizoen. Het seizoen waarin een toernooi bestaat waarin het crdo is: we spelen wat, we liggen in de zon en we drinken.

Drinken als bouwvakkers.

En we spelen nog net wat minder.

Soms vraag je jij en je ouwe lijf af: waarom!? Maar als dan het moment komt dat die ene grap wordt gemaakt. Dan weet je het weer. Die grap op zondagmiddag. Die grap op het moment dat iedereen niet meer na kan denken, geen reserves meer heeft en een boost heeft van jewelste gehad. De grap op het moment dat er nog geen morgen bestaat en dat lachen vrijwel het enige is wat nog kan. Die grap. In de zon. Terwijl de barman (die door een van je teamgenoten is ingekopt) de bitterballen en het bier komt brengen.

Daarom dus.

dull

13 apr

Ik zit hier dus ziek. Achter mijn geraniums en met mijn uitkijkspiegel. Zo kan ik de hele straat in de gaten houden. Dat allemaal in krachtwijk Ondiep, Utrecht.

-halverwege de week kreeg ik ruzie met een zesjarige. Ze gooide stokken naar binnen. Na drie keer haar gevraagd te hebben om daarmee te stoppen, voegde ik de derde keer daar nog aan toe ‘anders gooi ik die stok op je hoofd’. Ze stak haar handen in haar zij en riep (ongeveer) ‘kaonker toch op uit onze straot” en ‘als je mij sloat, roep ik mijn broer en die slaot je helemoal in elkoar’. Perplex, dat stond ik. Tussen ons is het vooralsnog niet goed gekomen
-de buren zijn vrienden met de vuilniswagen. Of in ieder geval met de personen die de vuilniswagen eigenen. Zo’n vier keer per week komen ze langs. Gewoon. Voor de gezelligheid.
-of dat iets te maken heeft met de uitspraak ‘ik heel wel, maar steel niet’ van onze buurman, daar ben ik nog niet uit.
-er zijn komen opvallend veel dikke kinderen uit alle hoeken en gaten. Of huizen. Anders past het natuurlijk niet.
-de joggingsbroek-industrie doet hier goede zaken
-het muurtje is altijd bezet. Door jongeren met en zonder scooter, door hun ouders, door moslima’s, door baby’s, door HALTbegeleiders, door meisjes met roze kleren, door van alles.
-ook komen er regelmatig kijkers voor de benedenwoning. Alhoewel de eieren op de ramen er natuurlijk aantrekkelijk uitzien en bewoners uit de buurt een zeer uitnodigende open houding hebben (benen wijd, armen over elkaar, nors gezicht), vind ik het altijd nodig om even de post te halen. En te informeren; of het ze wat lijkt (prachtige tuin, veel ruimte, maar die eieren hè). Het blijkt dat Mitros een ieder afraadt om er te gaan wonen. De Mitros laat ik nooit mijn kaaskraam op de markt beheren.

Also: never a dull moment.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.